home  
Nieuws  
Het Profiel  
Cursussen   
Handleiding voor indicatie  
Informatie voor cliënten  
Adressenlijst docenten/supervisoren  
Gekwalificeerde afnemers van het Ontwikkelingsprofiel  
Publicaties  
Wetenschappelijk onderzoek  
Recensie  
English  
Français  
Links  
Español  
Contact  
De stichting  
Apollolaan 98
1077 BE Amsterdam
The Netherlands

Het Profiel

Om de verschillende, vaak tegenstrijdige regels te onderkennen die de mogelijkheden en beperkingen van een patiënt bepalen, moet een psychotherapeut de affectieve en cognitieve betekenis van diens gedrag begrijpen.

Systemen zoals de Diagnostic Statistical Manual (DSM IV - As II) en de International Classification of Diseases (ICD - 10) bieden een overwegend a-theoretische classificatie van gedrag, gedefinieerd in observatietermen. Deze eenduidige en objectieve beschrijving van gedrag bevordert de communicatie en het wetenschappelijk onderzoek, maar geeft geen beeld van het voor een bepaald individu kenmerkende gedrag. Van de persoonlijkheidstheorieën biedt het psychoanalytische referentiekader het breedste scala van hypothesen die gedrag begrijpelijk maken. Maar door het hoge abstractie niveau van theoretische constructen als het Id, het Ego en het Superego, is het moeilijk om een verband te leggen tussen deze theorie en het manifeste gedrag. Classificatie biedt dus heldere definities en de psychoanalytische theorie een referentiekader dat het gedrag begrijpelijk maakt. Ervaren therapeuten streven er dan ook naar om de voordelen van beide werkwijzen te combineren.

Het ontwikkelingsprofiel is een resultaat van dit streven. Het referentiekader is de ontwikkelingspsychologie. Hierbij wordt uitgegaan van een fasegewijze ontwikkeling van het gedrag. Alle fasen worden door iedereen in dezelfde volgorde doorlopen, zij het niet in dezelfde tijd en met wisselend succes. Het gedrag van de volwassene wordt getypeerd door de mate waarin hij de bij zijn leeftijd passende gedragspatronen heeft ontwikkeld en de mate waarin zijn gedrag bepaald wordt door 'vroege' patronen. In principe heeft iedere volwassene kenmerken van het kind dat hij is geweest. Het ontwikkelingsprofiel laat zien in welke mate dit het geval is (Abraham 1993, 1997).

Het referentiekader van het Ontwikkelingsprofiel omvat tien ontwikkelingsniveaus met als centrale thema's: Structuurloosheid, Fragmentatie, Egocentriciteit, Symbiose, Verzet, Rivaliteit, Individuatie, Verbondenheid, Generativiteit en Rijpheid. Elk niveau wordt gekarakteriseerd door bepaalde gedragscategorieën. De manifestaties hiervan op de verschillende ontwikkelingsniveaus vormen de zogenaamde ontwikkelingslijnen. Deze betreffen: Sociale Attitudes, Objectrelaties, Zelfbeelden, Normen, Behoeften, Cognities, Probleemoplossend Gedrag en Diverse thema's.

De informatie voor het Ontwikkelingsprofiel wordt verkregen door een semi-gestructureerd interview dat grotendeels overeen komt met de gebruikelijke klinische anamnese. Dit duurt anderhalf tot maximaal drie uur. Hierbij komen achtereenvolgens aan de orde: de aard en duur van de klachten of problemen en de wijze waarop de patiënt hiermee omgaat, zijn leefwijze, zijn opleiding en werk, zijn partner, kinderen en andere relaties, religieuze, politieke en andere sociale activiteiten, sport en liefhebberijen, de wijze waarop de patiënt op belastende of anderszins uitzonderlijke gebeurtenissen reageert, zijn behoeften, de mate waarin hij angst, boosheid, schuld, schaamte en insufficiëntiegevoelens ervaart en de situaties waarin dit gebeurt. Tenslotte wordt de patiënt gevraagd zichzelf te beschrijven en aan te geven wat hij als oorzaak van zijn klachten ziet, wat voor hulp hij verwacht en hoe hij het interview heeft ervaren. Hij krijgt vervolgens de gelegenheid tot het maken van aanvullende opmerkingen.

De interpretatie van de aldus verkregen informatie geschiedt aan de hand van een registratieprotocol. Dit protocol geeft voor elk gedragspatroon een operationele definitie, dat wil zeggen een beschrijving in observatietermen van het manifeste gedrag dat dit gedragspatroon kenmerkt en een toelichting en enige klinische voorbeelden. In het schema wordt, gebruikmakend van een vierpunt-schaal, aangegeven in welke mate het in de operationele definitie beschreven patroon deel uitmaakt van het habituele gedrag van de patiënt. Het scoren vergt ongeveer een uur.

Het ontwikkelingsprofiel beoogt het op een gestandaardiseerde wijze inventariseren van klinisch relevante persoonlijkheidskenmerken, met als doel het habituele gedrag van de patiënt begrijpelijk en daardoor beter beïnvloedbaar te maken. Aan de toets voor de standaardisatie, een voldoende mate van interbeoordelaarsbetrouwbaarheid, interne betrouwbaarheid en construct validiteit, is voldaan (Van et al 2000). Het ontwikkelingsprofiel blijkt ook in voldoende mate voorspeld te kunnen worden aan de hand van ander testpsychologisch onderzoek (Callewaert- Meijer et al 1995). Onderzoek naar de predictieve validiteit is thans gaande.

Het ontwikkelingsprofiel kan op twee manieren worden gebruikt. Als referentiekader voor het onderkennen en begrijpen van habituele gedragspatronen; en als een gestandaardiseerd instrument voor het inventariseren van deze gedragspatronen. Als referentiekader is het relevant voor professionals die inzicht moeten hebben in de functionele mogelijkheden en beperkingen van mensen. Voor een verantwoord gebruik van het ontwikkelingsprofiel als diagnostisch instrument, is een professionele opleiding als psycholoog, psychotherapeut of psychiater vereist. De tijdsinvestering die het gebruik van het profiel als gestandaardiseerd onderzoeksinstrument vergt, komt overeen met die voor het gebruikelijke testpsychologische persoonlijkheidsonderzoek. Net als dit onderzoek is het geïndiceerd als daar duidelijke redenen voor zijn, bijvoorbeeld als classificatie onvoldoende richtlijnen voor behandeling biedt, of wanneer een gedetailleerd beeld nodig is van de habituele gedragspatronen die het gedrag van de patiënt kenmerken. Het laatste is het geval als reconstructieve therapieën zoals psychoanalyse of psychoanalytische- of client centered psychotherapie worden overwogen. Maar het ontwikke­lingsprofiel biedt ook relevante informatie voor het opstellen van een gedragstherapeutisch behandelprotocol, het ontwikkelen van strategieën om de therapietrouw bij medicatiegebruik te bevorderen, voor de rapportage over beweegredenen voor crimineel gedrag of voor het beoordelen van de capaciteiten van sollicitanten voor specifieke functies.